Romeins Gallië (van -52 tot + 395)
Invasies en ondergang van het Romeinse rijk tot de Middeleeuwen ( + 476)

bar1


Gallië7
Kaart van Gallië (omstreeks 100 n.Ch.)

Klik hier voor een lijst van Romeinse keizers:arrow139

In de eerste drie eeuwen van onze jaartelling heerst er vrede in Frankrijk. Deze periode staat bekend als “pax romana”. Na de nederlaag van Vercingétorix volgen er nog een paar opstanden. Het kost nog een jaar of tien om alle brandhaarden(o.a. de Belgen en de Aquitaines) te blussen. Een vijftigtal jaren (14 n.Ch) later wordt Tiberius, zoon van Nero, keizer van Rome. Hij is niet geliefd in Rome en trekt zich terug in een paleis in Capri. In Rome heeft Séjan, de prefect, de feitelijke macht in handen. Hij regeert met ijzeren vuist. In 31 n.Ch. wordt hij wegens verraad ter dood gebracht. In het jaar daarna volgt een ware terreur. Allen die maar op enigerlei wijze in verband kunnen worden gebracht met Séjan worden op order van Tiberius (die nog steeds in Capri verblijft) ter dood gebracht. Een ziekte onder het graan valt samen met deze slachting. Er volgen talrijke opstootjes tegen de prijs van het graan. Toch treft dit alles alleen de bevolking van Rome en heeft het weinig invloed op de rest van het Romeinse rijk.

De keizer is verplicht het traditionele geloof te waarborgen en te waken tegen godsdienstige invloeden van buitenaf. Twee gemeenschappen, de aanhangers van Isis en die van de Joden, wekken de irritatie van Tiberius op, en worden uit de stad verbannen. Een van de aanleidingen is de dwaasheid van een Romeinse edelman, Decius Mundus, die een oogje heeft op een edelvrouwe, Paulina. Die wil niets van hem weten en Decius weet haar met medewerking van de priesters van Isis, de tempel in te lokken en verkracht haar daar. Omdat hij als een pauw met zijn daad loopt te pronken licht Paulina haar echtgenoot in, die Tibrius ervan op de hoogte stelt. Op diens order worden alle schuldige priesters van Isis gekruisigd, de tempel verwoest, alle religieuze objecten verbrand en het standbeeld van Isis in de Tiber gegooid.

Nog ernstiger zijn de problemen met vier Joden uit de stad. Die weten door middel van bedrog een edelvrouwe, Fulvia, zo ver te krijgen hun giften in goud en purper te geven voor de tempel in Jeruzalem. Ook hier geeft de echtgenoot de informatie aan Tiberius door en die jaagt de hele Joodse gemeenschap de stad uit. Hij laat 4000 jonge Joodse mannen naar Sardinië brengen en dwingt hen om daar te vechten tegen piraten die het eiland plunderen.

Sinds het begin van de “pax romana” profiteren de Gallische gebieden (België, Aquitaine en Lugdunaise) aanzienlijk van de Romeinse invloed en overheersing. De steden omringen zich met luxe en krijgen dezelfde monumenten zoals die zich in Rome bevinden; forums, tempels, theaters, amfitheaters, triomfbogen. De al eerder ingezette verstedelijking krijgt een extra stimulans. De Romeinse wetgeving wordt ingevoerd, maar ook het Romeinse bestuur wordt gekopiëerd. De woonkernen met de door die woonkernen beheerste omliggende gebieden (civitas) worden de politieke machtscentra. In de steden wordt een raadsvergadering (curia) ingesteld. De leden worden benoemd door de magistraten, die de burgers indelen op grond van hun welstand. De uitvoerende macht ligt bij de questores end e aediles, die zijn belast met het beheer van de financiën en de openbare orde. De uitvoerende macht wordt gecontroleerd door de twee hoogste overheidspersonen (duumviri). Deze posten worden meestal gevuld door leden van de oude Gallische adel.

In Lyon wordt het “Grand Autel” gebouwd, gewijd aan Rome en de keizer. De stad wordt het centrum van de keizerlijke cultus en ontvangt elk jaar gedelegeerden uit zestig steden. De Romeinen nemen de modernisering van het platte land ter hand. Drie steden vormen daarbij het centrum; Lyon, Langres en Reims. Er worden wegen aangelegd en stenen bruggen gebouwd over de rivieren om de verbindingen te verbeteren. Men voert gigantische werken uit om de steden van drinkwater te voorzien. Overal verrijzen aquaducten, waaronder die van Gard (Le pont du Gard).

Gallië8 image001 image003
Le Pont du Gard Theater in Orange Arena van Arènes
 De Romeinse wegen in Frankrijk
image005
  • De "Via Aurelia" : Zij verbond Rome met het Rhône gebied en liep door Antibes, Fréjus, Aix-en-Provence en sloot daarna aan op de « via Agrippa ».
  • De "Via Domitia": Zj verzorgde de verbinding tussen Noord Italië en Spanje en liep door Briançon, Gap, Cavaillon, Nîmes, Montpellier, Narbonne en perpignan.        
  • De "Via Agrippa" die Toulouse met Lyon verbond en de linkerpever van de Rhône volgde via Avignon en Orange.

De Galliërs profiteren van deze ontwikkelingen en nemen de Romeinse gewoonten over. Zij specialiseren zich vooral in twee producten, wijn en aardewerk, die al snel met die van Italië kunnen concurreren.
De Romeinen integreren de veroverde gebieden en volkeren in hun systeem. Dat voorkomt veel ontevredenheid. Zo krijgen Gallische edelen belangrijke posities in het Romeinse leger.
De aanleg van alle werken kost veel geld en daarvoor worden steeds hogere belastingen geheven. In 21 n. Ch, leidt deze tot ontevredenheid die in een opstand resulteert in Anjou en Touraine. De opstand wordt onderdrukt door de Romeinse gouverneur, maar Tiberius aarzelt de vereiste maatregelen te treffen om herhaling te voorkomen en de opstand breidt zich uit naar andere Gallische gebieden. Twee Gallische edelen, Julius Florus en Julius Sacrovir nemen het initiatief om de Trevires (rond Trèves) en de Eduens (Bourgogne) in opstand te brengen. Florus laat de Romeinse kooplieden in de vallei van de Moezel ombrengen. De Germaanse afdeling van het Romeinse leger weet hem op de knieën te krijgen en Florus pleegt zelfmoord.

Sacrovir is echter een moeilijker geval. Hij weet een leger van 40.000 man op de been te brengen. Tiberius zendt twee legioenen onder bevel van Caius Silius en bij Autun vindt een veldslag plaats. Het goed georganiseerde en bewapende Romeinse leger vindt een slecht georganiseerd en bewapend Gallisch leger tegenover zich. De eerste Gallische linies, die bestaan uit slaven die als gladiatoren optreden, worden onder de voet gelopen en Sacrovir is gedwongen om zich met zijn vrienden terug te trekken naar zijn landhuis bij Autun en allen plegen daar zelfmoord.

Deze opstand blijft tot de betrokken gebieden beperkt en breidt zich niet verder uit. Om verder verzet te onderdrukken wordt de cultus van de druïden onderdrukt onder het voorwendsel dat deze nog steeds mensenoffers brengen.

Caligula volgt Tiberius op en die wordt op zijn beurt opgevolgd door Claudius. Hij weet Bretagne te onderwerpen. Het is Claudius die, ondanks fel verzet, er in slaagt Galliërs tot de Romeinse senaat toe te laten treden. De eerste die toetreden zijn de Eduens.

Na de dood van Claudius in 54 n.Ch. wordt Nero tot keizer uitgeroepen. Nero was een aangenomen zoon van Claudius en werd door hem verkozen boven zijn eigen zoon Britannicus. Hij is dan slechts 17 jaar oud. Hij wordt begeleid door Sextus Africanus Burrus, het hoofd van de Prétoraanse garde, en door Sénèque. De eerste vijf jaar verlopen redelijk rustig, maar dan is Nero de tirannie van zijn moeder, die hem bekritiseerde vanwege zijn maîtresse, beu en laat haar vermoorden. Intussen is ook Britannicus, waarin hij nog steeds een rivaal ziet, vermoord. Daarna ontdoet hij zich in 62 van zijn echtgenote Octavie. Na de dood van Burrus (het verhaal gaat dat hij is vergiftigd) trekt Sénèque zich terug en staat Nero er alleen voor. In 64 n. Ch. wordt Rome bijna voor de helft door brand verwoest. Nero bevond zich toen in Antium, 80 km ten zuiden van Rome. Hij laat de daklozen onderbrengen en herbouwt Rome op een meer brandveilige manier. Dat, samen met de enorme feesten die Nero laat organiseren kost erg veel geld. Hij vindt zich zelf een geweldig acteur en maakt zichzelf, de aristocratie en de militaire elite tot schande door in eigen persoon als acteur aan festiviteiten deel te nemen. Daarnaast verloopt zijn buitenlandse politiek desastreus. In 60-61 moet hij een opstand in Bretagne onderdrukken. In 65 mislukt een complot dat door enkele aristocraten tegen hem was gesmeed. Zestien deelnemers aan het complot worden gedood of gedwongen zelfmoord te plegen, waaronder zijn oude leermeester Sénèque. Een opstand in Gallië en Spanje in 68 wordt hem fataal. Hij wordt gedwongen Rome te ontvluchten en pleegt in datzelfde jaar zelfmoord.

In tegenstelling tot de Grieken en de mensen uit Carthago, zijn de Romeinen geen zeevaarders. Ook wagen zij zich niet in uitgestrekte woestijnen zoals de Sahara of Saoudië Arabië. Daarom trekken zij, om hun veroveringen voort te kunnen zetten, langs de kust naar het noorden van Europa. Zij gaan handelsbetrekkingen aan met de volkeren die aan de Baltische zee wonen. Daarvandaan importeren zij amber, een luxe product waarvan parfum wordt gemaakt. Zij trekken over de Elbe tot in Jutland. Zij gaan verdragen aan met de daar levende volkeren n met die aan de monding van de Rijn, om zo hun grenzen veilig te stellen.

De arrogante opstelling van de Romeinen levert meer dan eens problemen op met de vrije volkeren. Zo halen zij zich in 28 de woede van de Friezen op de hals. Volgens een verdrag moesten de Friezen runderhuiden leveren aan de Romeinen. De laatsten eisten huiden van een grootte, die de Friezen niet konden leveren. Zij hadden slechts klein rundvee. Als straf namen de Romeinen hun landerijen in beslag en verkochten hun vrouwen en kinderen als slaven. De woedende Friezen hingen de Romeinse soldaten die de boete kwamen innen, op. Daarop werd het zuid Duitse legioen naar het noorden gezonden, maar dat liep op een mislukking uit.

Romeinen besluiten daarna om de Friezen met rust te laten. Tiberius waakt er voor dat dit slechte nieuws niet in het thuisland de ronde kan doen.

Julius César was de eerste die een Romeinse overheersing in Engeland vestigde. Dat was een voor de Romeinen, vijandige, koude en ongastvrije omgeving. Augustus wil de verovering van het eiland voort zetten, maar moet dit project laten vallen. Er wordt goud en tin uit Engeland geïmporteerd. Pas in de tweede helft van de eerste eeuw slagen de Romeinen er in rond Engeland te varen en vast te stellen dat het om een eiland gaat.

In 212 N.Ch. bij het edict van Caracalla krijgen alle inwoners van het Romeinse rijk de status van Romeins burger.

De natuurlijke grens van het Romeinse rijk wordt gevormd door de Donau en de Rijn. In de derde eeuw na Christus vallen barbaren het Romeinse rijk binnen. Zij worden onderscheiden in Westerse en Oosterse barbaren.

 De westerse barbaren zijn de Franken en de Bourgondiërs.
 De Franken
 image006Zij zijn afkomstig uit het gebied ten oosten van de Rijn en doen in de derde eeuw hun intrede in de geschiedenis. Zij bezitten geen sterke onderlinge band. De naam Franken kan worden vertaald met “vrijen”. Zij vallen rond 240 n. Ch. het rijk binnen en worden verpletterend verslagen. Daarna worden ze geïntegreerd in het Romeinse leger.

De Bourgondiërs

Waarschijnlijk zijn zij afkomstig uit Scandinavië. Zij zijn verwant aan de Goten. In de eerste eeuw n. Ch. leefden zij aan de oevers van de Oder en pas in de derde eeuw komen zij in aanraking met de Romeinen. In de vijfde eeuw worden zij met de grote invasies naar het gebied ten westen van de Rijn verdrongen. In 413 sluiten zij een alliantie (foedus) met de Romeinen en krijgen een grondgebied toegewezen.

 De Goten

De Goten hebben een koninklijke genealogie en kennen een zeer sterke onderlinge samenhang. Ze zijn afkomstig uit Zweden en trekken in 50 n. Ch. de Oostzee over. Vervolgens installeren zij zich in de Oekraïne. Ze worden oimage007nderscheiden in de Westgoten en de Oostgoten. De Oostgoten blijven in de Oekraïne. De Westgoten trekken in de derde eeuw de Romeinen aan bij de Donau. In 232 n. Ch. krijgen zij een toelage van de Romeinen in ruil voor de levering van troepen. Zij sluiten een aantal opvolgende allianties met de Romeinen. In 295 kijgen zij bij “foedus” Thracië (het huidige Bulgarije) toegewezen. Later mogen zij zich in de Aquitaine vestigen.


 Aanpassing van het Romeinse rijk
 image008

 Na de aanvallen van de barbaren in de derde eeuw en de burgeroorlogen probeert het Romeinse rijk zich te herorganiseren ten einde zich beter te kunnen verdedigen. Keizer Theodosius verdeelt het Romeinse rijk in het jaar 395 in een Oosters en een Westers rijk. Het oosterse rijk wordt bestuurd vanuit Constantinopel en het westelijke vanuit Ravenna in Italië. Het oostelijke rijk blijft bestaan tot in de vijftiende eeuw.

Ten einde te profiteren van de groeiende invloed van het christelijke geloof stelt keizer Constatinus in 312 de vrijheid van godsdienst in. Theodosius roept het in 392 zelfs uit tot staatsgodsdienst en verbiedt tegelijkertijd de heidense godsdiensten. De clerus gaat nu, na de militairen en de burgers, de derde hiërarchie vormen binnen het Romeinse rijk. De bisschoppelijke hiërarchie, met haar bisschoppen, priesters en diaken vormen een skelet dat een sterke structuur geeft aan de Gallo-Romaanse maatschappij. In wezen is de structuur van de kerk overgenomen van de Romeinse staatsstructuur.

Het Romeinse leger krijgt een groot tekort aan manschappen. Dat heeft diverse oorzaken.

  • De Romeinse jeugd is weinig enthousiast om in het leger te dienen en wringt zich in allerlei bochten om buiten schot te blijven.
  • Het geboortecijfer is laag door:
    • Het lage aantal huwelijken dat wordt afgesloten
    • Het hoge sterftecijfer onder zwangere vrouwen. Veel vrouwen raken op te jonge leeftijd zwanger.
    • Het kastensysteem dat de keus kleiner maakt. Die segregatie die dateert uit 371, maakt het de Romeinen onmogelijk buiten de eigen kaste te trouwen.
    • De gemiddelde leeftijd die mannen halen bedraagt slechts 27 jaar en voor vrouwen zelfs maar 22!
  • De bloedbaden die worden aangericht tijdens oorlogen. De slag bij Mursa (Constatinus II ) in 351 eist 50.000 soldatenlevens en brengt de sterkte van het Romeinse leger op slechts 65.000 man waarvan 20.000 in Gallië. Dat leger moet een bevolking van 50.000.000 mensen (waarvan 4 à 7 miljoen in Gallië) beschermen.

De Romeinen zoeken de oplossing voor dit probleem als volgt:

  • Massale inlijving van barbaren in het leger door het sluiten van allianties (foedus). Na 375 vormen zij een meerderheid binnen het Romeinse leger. Rome raakt daardoor wel steeds meer grip kwijt.
  • Het opleggen van hogere belastingen om het leger goed uit te rusten en de soldaten te betalen. Ook bij de allianties moeten soms forse bedragen worden betaald. Steeds meer Romeinen proberen de belastingen te ontduiken. Romeinen onttrekken zich aan het gezag en vormen bendes die overvallen plegen, waartegen weer soldaten moeten worden ingezet.
  • Het lager stellen van de toelatingseisen. Zo wordt de minimum lengte voor rekruten teruggebracht van 1.72 m naar 1.60 m.

De gevolgen laten zich raden. Rome verliest steeds meer haar greep op het eigen leger. Een senator zei zelfs in antwoord op de rekrutering van barbaren: De vijanden zijn al binnen voordat de aanvallen zijn begonnen!
Dit alles leidt uiteindelijk tot de ondergang van het west Romeinse rijk.

Demografische situatie van Romeins Gallië


De bevolking van 4 à 7 miljoen wordt niet oud. Vijftig procent sterft voor het twintigste levensjaar en slechts achttien procent haalt de tachtig. Hierdoor volgen de generaties elkaar heel snel op. Daardoor gaat veel kennis verloren. Ouderen krijgen een natuurlijke autoriteit.

 De grote invasies.

In de vierde en vijfde eeuw vinden er grote volksverhuizingen plaats. Het Romeinse leger is hier niet tegen opgewassen. De grote invasies in de vierde en vijfde eeuw, ontwrichten het Romeinse rijk.
Deze volksverhuizingen worden veroorzaakt door de Hunnen. De Hunnen zijn een volk dat in de tweede eeuw v. Ch. door de Chinezen uit centraal Azië wordt verjaagd. Zij worden nomaden en trekken naar het westen. In de vierde eeuw n. Ch. komen zij aan in het steppegebied ten noorden van de Kaukasus. Zij jagen allerlei barbaarse stammen voor zich uit. De Hunnen zijn onbeschrijflijk wreed en Atilla de Hun wordt wel “de plaag van God” genoemd.

  • Zij scheren hun schedel en vervormen de schedels van de baby’s zodat ze beter in een helm passen.
  • Zij doden hun ouden van dagen
  • Zij leven van wortels en van vlees dat ze onder hun zadels laten besterven. Zij koken het vlees nooit.

In tegenstelling tot andere barbaarse volkeren hebben zij nooit de intentie gehad zich binnen het Romeinse gebied te vestigen. Zij waren alleen uit op de rijkdommen die er te vinden waren. Zij wisten echter wel handig gebruik te maken van de verdeeldheid binnen het Romeinse rijk.

image009

In 371 komen de Hunnen aan in het gebied van de Goten. Dank zij hun lichte cavalerie drijven zij de Goten voor zich uit naar het westen.

  • De West Goten komen onder leiding van Alaric aan bij de Donau (375), dringen tot twee keer door in Italië (401 en 410) enimage012krijgen door een foedus het recht om zich in Aquitaine te vestigen. In 410 sterft Alaric in Italië. De West Goten willen hem de begrafenis van een prins geven. Zij laten een rivier omleiden met behulp van gevangenen, graven in het midden een graf, begraven daar Alaric vergezeld van grote rijkdommen en laten de rivier zijn oude loop weer hernemen. De gevangenen worden vervolgens gedood. Zij komen in 418 aan in de Aquitaine met 100.000 man en 20.000 soldaten. Toulouse wordt hun hoofdstad. Later vestigen zij zich ook in Spanje waar zij in het jaar 711 door de Moren worden verjaagd.
  • De Oost Goten vestigen zich, na een verdrag met de Romeinen te hebben in gesloten in Thracië (Bulgarije). Later vallen zij Italië binnen.
  • Op vlucht voor de Hunnen trekken de Vandalen, Alanen, Sueven, Alamannen en de Bourgondiërs op de oudejaarsavond van het jaar 406 de Rijn over, die toen door het uitzonderlijk koude weer, geheel dichtgevroren was. De strenge vorst beroofde de Romeinen van hun natuurlijke grens.
  • De Vandalen bestonden uit twee takken; de Silingen en de Asdingen. Gedurende twee en een half jaar trekken ze al plunderend en vernietigend door Gallië. Hun naam is in dit verband bewaard gebleven (vandalisme). In 409 staken ze de Pyreneeën over. De Silingische vandalen trokken het rijke Andalusië binnen. De Asdingen moesten met de Sueven Galicië delen. De Romeinen probeerden de Asilingen uit Andalusië te verdrijven omdat daar immers rijke steden als Cordoba en Cadiz lagen. Zij steunden hiertoe de West Goten (ook wel Visigoten genoemd) onder leiding van Wallia. Omstreeks 420 trokken de Asdingen verder zuidwaarts. Eigenlijk waren de Vandalen geen volk om lang op een plaats te blijven. Zij trokken liever plunderend door het land. Als ergens de rijkdommen waren uitgeput, trokken zij verder.
    Bonifacius, een opstandige Romeinse generaal, nodigde de Vandalen uit om naar Afrika op te trekken. Twee broers, Gunterik en Geiserik, gaven daar gehoor aan. De eerste stierf voor de plannen tot uitvoer konden worden gebracht, maar met Geiserik veroverden de vandalen een onmetelijke rijkdom. In het jaar 428 trokken 80.000 Vandalen en Alanen, waaronder slechts 20.000 strijders, de zee-engte bij Gibraltar over en veroverden Tanger. Alleen Carthago hield stand, maar in 430 werd ook Hippo Regius, de stad van Sint-Augustinus ingenomen. De Vandalen verenigden zich met een aantal Spanjaarden en met de Moren en trokken plunderend en moordend door het gebied.
    In 439 viel uiteindelijk ook Carthago, waardoor de vandalen in het bezit kwamen van een belangrijke marinebasis. Van hieruit voerden zij barbaarse aanvallen uit op steden aan de Middellandse zee. In 455 plunderden zij zelfs Rome.
    In 533 zond keizer Justinianus zijn generaal Belisarius naar het gebied en deze vernietigde het Vandaalse rijk. Er bleef haast geen spoor van over.
    De laatste koning van de Vandalen, Gelimer, schijnt al knielend voor keizer Justinianus te hebben gemompeld "De ijdelheid onder alle ijdelheden, alles is ijdelheid."
  • De Sueven blijven in Galicië achter.
  • De Bourgondiërs vestigen zich in Duitsland. In 436 stuiten zij op de Hunnen en verliezen in een vernietigende veldslag 20.000 man. Daarna sluiten zij een verdrag (foedus) met de Romeinen. Zij mogen zich in de Savoie vestigen tegen de levering van soldaten aan het Romeinse leger.
  • De Franken waren een Germaans volk, dat al sinds het begin van onze jaartelling in Duitsland woonden. Men denkt dat ze zijn ontstaan uit een verbond van een aantal Germaanse stammen (Bructeren, Tubanten, Chamaven en Sallische Franken. Er bestaat echter ook een theorie die er van uit gaat dat de hoofdmacht van de Franken is gevormd uit Friezen en Chauken en dat de hiervoor genoemde stammen zich daarbij hebben gevoegd.
    • De Rhenaanse Franken plunderen diverse malen de stad Trèves (in 413, 423, 425, 432, 455)
    • De Salische Franken vestigen zich in het noorden van Gallië en worden soldaten in het Romeinse leger. Op wat kleine uitzonderingen na blijven zij het Romeinse rijk trouw. Het Salland in Twente is naar hun vernoemd.
 De onmacht van de Romeinen

Gedurende twintig jaar vanaf 430 probeert de Romeinse generaal Aetius het Romeinse rijk intact te houden. Zijn diplomatische en tactische vaardigheden maakten hem tot een Romeinse held. Hij werd uit respect voor de Hunnen als gijzelaar ondergebracht bij het hof van Attila de Hun en daaraan hield hij een aantal Hunse huurlingen over die hem later tot grote steun zijn geweest. Hij herzag ook allerlei verdragen (foedus) met de Visigoten (West Goten), de Bourgondiërs en de Franken en bewees daarmee dat de macht van Rome nog niet helemaal gebroken was.

In Gallië hebben de invallen een turbulent effect. De vele plunderingen en de onmacht van de Romeinen om dit verhinderen, maar vooral ook de plundering van Rome door de Oost Goten, hebben een demoraliserend effect. Het vertrouwen van de Gallo-Romeinen in Rome bereikt een dieptepunt.

De invasie van Gallië door de Hunnen

In het midden van de vijfde eeuw besluit Attila de Hun Gallië binnen te vallen. Na de barbaarse stammen die niet waren gevlucht te hebben onderworpen en na de plunderingen van het oosten, zoekt de koning nieuwe rijkdommen om te plunderen. Hij eist de bruidschat op die hem toevalt door de toezegging van een huwelijk met de zuster van keizer Valentinus III.. Deze keizer was onmachtig hem deze bruidschat zelf te bezorgen.image013

Hij verzamelt een troepenmacht van 50.000 man bestaande uit Hunnen en Germanen en valt daarmee noord Gallië binnen. Hij trekt plunderend en verwoestend rond. De Romeinse legers zijn onmachtig tegen de bewegingsoorlog die Attila voert. Hij weigert de bekende Romeinse stellingen oorlog aan te gaan en voert aanvallen uit met kleine beweeglijke cavalerie eenheden, waartegen de Romeinen niet opgewassen zijn. Metz en Reims worden in brand gestoken en vernietigd.
Hij trekt op naar Parijs zonder het binnen te vallen en trekt uiteindelijk Orléans binnen. De stad wordt verdedigd door de bisschop Saint Aignan. Op de ontdekking van de nadering van een grote troepenmacht trekt Attila zich op 14 juni 451 voortijdig terug uit Orléans.

De slag bij « Champs Catalauniques » 

Generaal Aetius voorziet het effect van de inval van de Hunnen. Hij brengt een leger van 60.000 man bijeen bestaande uit Romeinen, Franken, Visigoten en Bourgondiërs. Hij drijft de hunnen terug naar een plaats die Champs Catalauniques wordt genoemd en die is gelegen tussen Troyes en Châlons-en-Campagne (toen Duro Catalaunum genoemd).

image012
De charges van de cavalerie beginnen op 20 juni van het jaar 451 om 1400 uur en gaan de hele nacht door. Aetius heeft de tactiek van de Hunnen leren kennen in zijn tijd als gijzeling en weet de goede tactiek te vinden om Attila te verslaan. De koning van de Visigoten, Théodoric wordt gedood en de Franken worden vrijwel uitgeroeid. In de ochtend verschansen Attila en zijn troepen zich achter een ring van strijdwagens wachtend op de ondergang. De Visigoten willen de aanval openen maar Aetius weigert dat. Hij is bang dat de Visigoten na een overwinning op Atilla te machtig zullen worden. De Visigoten trekken zich terug en Aetius staakt de strijd. Hij geeft Attila de kans zich naar de Rijn terug te trekken. Mogelijk denkt hij ze later via een foedus nog in te kunnen lijven bij zijn troepen.

In de geschiedenis wordt er een hele mythe geweven over deze overwinning op de Hunnen. De Romeinen overdrijven schromelijk als zij een aantal doden van 165.000 man noemen. Maar de strijd heeft wel een enorme impact. (Veel later zal Franz Liszt in 1857 het symfonisch gedicht La Bataille des Huns (Hunnenschlacht) schrijven)

Gevolgen van de overwinning

De noodzaak om allianties te vormen met de barbaren ten einde de Hunnen te kunnen overwinnen wordt gezien als een zwakte van het Romeinse rijk. De Gallo-Romeinen worden steeds sceptischer omtrent de macht van het Romeinse leger.

Attila sterft een jaar na de nederlaag tijdens een van zijn vele bruidsnachten. Zijn dood leidt het einde in van het eens zo machtige Hunnenrijk. Zijn talrijke zoons verdelen het koninkrijk en er blijft weinig meer van over.

De val van het West Romeinse rijk

De val en het vertrek van de Hunnen laat de weg vrij voor de geromaniseerde barbaren. Zij eisen de overwinning op. Generaal Aetius wordt in 454 door keizer Valentinus III vermoord onder beschuldiging van hoogverraad. Daarmee sterft de laatste grote Romein.
Er is nu geen echte militaire commandant meer die de troepen in Gallië bijeen houdt. De barbaren zullen van deze zwakte gebruik gaan maken.

Na 451 zijn de barbaren in Gallië nog niet officieel los van Rome. De federale koningen van de Franken, Bourgondiërs, en Visigoten hebben een door de keizer uit Rome gedelegeerde macht.

De Franken

Zij bevestigen in de vijfde eeuw hun macht over het gebied dat het huidige Nederland en België beslaat en breiden dat vervolgens uit tot de Somme

De Bourgondiërs

Ingeperkt tot het gebied rond het meer van Genève maken zij vanaf 457 gebruik van de Romeinse zwakte door hun gebied uit te breiden tot Lyon en Langres.

De Visigoten

Zij vestigen hun macht langs het hele westelijke Middellandse zeegebied van Italië tot Spanje en landinwaarts tot in de Auvergne en de Provence.

De Romeinen veinzen in de eerlijkheid van hun bondgenoten te geloven. Zij slagen er in werkelijkheid maar nauwelijks in hun autoriteit te handhaven.
Men moet wel beseffen dat de barbaren zich aan de Gallo-Romaanse cultuur hebben aangepast. In werkelijkheid is geen van hen talrijker geweest dan 100.000 personen waaronder niet meer dan 20.000 soldaten. Dat zijn geen aantallen om de aanwezige bevolking van 4 à 7 miljoen mensen mee te onderwerpen. Zij maken nooit meer dan 2 tot 5 % uit van de totale bevolking. Er is dus zeker geen sprake van een demografische omwenteling.

Zoals al eerder in dit hoofdstuk aangegeven plundert de Vandaalse koning Genséric in 455 in vijftien dagen Rome. Alle inwoners vluchten en alle rijkdommen van de stad worden weggevoerd. De bevolking vat het op als het echte einde van de wereld.

Keizer Majorien (457 – 461) die zowel een goed strateeg en wetgever is stelt alles in het werk om het keizerrijk te redden. Maar de senatoren zetten hem af omdat zij zijn fiscale politiek, die toch nodig was om een sterk leger in stand te houden, niet accepteren.

image002
De jaren 461 tot 476 worden een mislukking voor het keizerrijk dat elke legitimiteit verliest. De wisseling van keizers (6 en 15 jaar0 en hun manipulatie door de Visigoten en de Bourgondiërs worden het rijk fataal.

In september van het jaar 476 wordt Keizer Romulus Augustinus afgezet door Odoacre, koning van de Hérules (waarschijnlijk een van de wreedste barbaarse volkeren) die zich vervolgens uitroept tot koning van Italië. (zie foto hiernaast: De capitulatie van keizer Romulus)

Dit evenement wordt beschouwd als het definitieve einde van het Romeinse Rijk.

Hierna volgen de Middeleeuwen. Zie hiervoor het volgende hoofdstuk