De Karolingers

bar1

 

Inleiding

De overname van de macht door de Karolingers werd eigenlijk al vanaf de zevende eeuw voorbereid. Daarbij werd geprofiteerd van de machteloosheid en de anarchie die onder de laatste koningen van de Merovingers (de luie koningen) heerste. Pepin de Herstal controleerde Neustrië (oost Frankrijk) al in 687 als majordomus (een soort eerste minister) van het paleis. Zij zoon Charles Martel verstevigde de greep op het koninkrijk nog eens Hij illustreerde zijn macht door de Arabieren bij Poitiers in 732 terug te slaan. Zijn zoon. Pepijn de Korte, consolideerde het bereikte door Neustrië en Austrasië bijeen te voegen en de laatste koning van de Merovingers op een zijspoor te zetten voordat hij zich in 751 tot koning liet uitroepen. Hij vormt het begin van de Karolingse dynastie.

De zoon van Pepijn de Korte, Karel de Grote, is de vorst die de macht van de Karolingers pas echt bevestigde. Hij wordt in 800 Keizer van het westen. Zijn koninkrijk wordt het machtigste van Europa dank zij zijn strategie van veroveringen. Twee en dertig jaar oorlog stelden hem in staat een geducht rijk te vestigen dat bijeen werd gehouden door een goede administratie en verlevendigd door briljante culturele en artistieke activiteiten.

Klik hier voor stamboom Karolingers arrow139

Pepijn de Korte (751-768)

Pepijn de Korte wordt in 751 tot koning ingehuldigd. Paus Etienne II voelt zich in Rome bedreigd door de Lombarden, die noord Italië hebben ingenomen. Hij roept in 754 Pepijn de Korte te hulp. Deze stemt toe, maar eist als tegenprestatie dat hij door de paus tot koning zal worden gewijd. Deze inwijding in 754 bezegelt de alliantie tussen het pausdom en de koning.

Belang van de inwijding

Het koningschap uit naam van God bevestigt de legitimiteit van de uitverkiezing tot koning door de Frankische edelen. Pepijn beschouwt zich de door God uitverkoren koning en zijn koningschap is een door God geschonken recht. Dit door God gegeven recht houdt meer dan duizend jaar stand.

Pepijn de Korte verslaat de Lombarden, maar geeft het veroverde grondgebied niet terug aan de rechtmatige eigenaar, de Byzantijnse keizer, maar schenkt het aan Paus Etienne II. De 22 betrokken steden vormen met Rome de Pontificale Staten.

Het pausdom streeft een dubbel doel na:

  • het vermijden van de vervanging van de Lombardse voogdij door een Frankische,
  • het vinden van een tegenwicht voor het Byzantijnse rijk, die anders de Patriarch van Constatinopel de Romeinse heerschappij op zou leveren

Deze overeenkomst met de Kerk legitimeert de macht van Pepijn en levert hem een machtige bondgenoot op. Pepijn begunstigt de Anglo-Saksische missionaris Bonifacius en helpt hem de kerk in Frankrijk te hervormen.

Een opvolging zonder verdeling van grondgebied

Na de pacificatie van het grondgebied en de uitbreiding van zijn rijk met de Aquitaine en Septimanië (hij verovert dat op de Arabieren), sterft Pepijn de Korte in 768. Zijn koninkrijk wordt verdeeld tussen zijn zonen Carloman en Karel. Na het overlijden van Carloman in 771 erft Karel het hele rijk. Hij krijgt in de geschiedenis de naam van Karel de Grote ( de naam Charlemagne is ontstaan uit Carolus Magnus) en zal regeren van 742 tot 814.

Karel de Grote (768-814)

armee charlem gd

Vanaf 768 moet Karel de grote zijn grondgebied verdedigen tegen vele indringers zoals: Saksen, Denen, Avaren uit het Noorden, Slaven uit het oosten, Lombarden en Muzelmannen uit het zuiden Hij breidt zijn veroveringen uit naar het oosten en het zuiden. Aan de grenzen nodigt hij kolonisten uit om zich daar te vestigen en zo een verdedigingslinie te vormen tegen invallen.

Hij voert 46 jaar lang oorlog. Hij had daarvoor een goed leger nodig. Elke grote landeigenaar moest in eigen persoon dienst nemen en moest daarbij zich op zijn kosten uitrusten en een aantal boeren (als naar gelang zijn rijkdom) meenemen. Zij die zich hieraan trachtten te onttrekken kregen een zware boete opgelegd en voor desertie gold de doodstraf.

charlemagne soldat

 

Karel de grote ontwikkelde de zwaar bepantserde cavalerie, waartegen de infanterie zich moeilijk kon beschermen. (Zijn grootvader, Charles Martel, had deze uitrusting getest tegen de Arabieren)

De afbeelding hiernaast toont de uitrusting van een Karolingse krijger. Hij draagt een metalen bepantsering om het bovenlijf en zijn hoofd wordt beschermd met een helm.

 

 

 

 

 

 

 

Lombardije

Als antwoord op een nieuw verzoek om hulp van de paus, intervenieert Karel de Grote in 754 in noord Italië en verslaat de Lombarden onder leiding van koning Didier na een belegering van negen maanden voor Pavie. Hij laat zich in 774 tot koning van de Lombarden kronen. De band tussen hem en de paus is weer verstevigd.

Spanje

Karel de grote verovert Spanje op de Moren en verjaagd ze van de zuidelijke Pyreneeën tot over de rivier de Ebron. Hij bezet Barcelona en Gerona maar slaagt er niet in Pamplona te bezetten.

Tijdens de terugtocht wordt zijn achterhoede( het leger strekte zich uit over tientallen kilometers) aangevallen door de Basken en in 778 volledig afgeslacht. Deze slag geeft, drie eeuwen later, aanleiding tot het schijven van het beroemde Franse literaire meesterwerk "La Chanson de Roland" .

Tijdens een nieuwe campagne in 801 worden Barcelona en Pamplona veroverd.

armee charlemagne 2
(miniatuur uit een manuscript uit de XVe eeuw uit de nationale bibliotheek te Turijn)

Beieren

Beiren is een Frankisch protectoraat. De hertog van Beieren, Tassilon, weigert in 787 eer te bewijzen aan Karel de Grote, en probeert zijn onafhankelijkheid te bewerkstelligen. Karel de Gote valt daarna Beieren binnen en voegt Beieren toe aan zijn rijk.

De Saksen

De meest verwosaksenkaartede en hardnekkige strijd levert Karel de grote met de Saksen die in het noordwesten van Duitsland wonen. De Saksen zijn heidenen en verwoede plunderaars en dat leidt tot niet minder dan 20 plunderexpedities die gruwelijk en wreed verlopen. In 785 onderwerpt het Saksische stamhoofd Widukind zich aan Karel de Grote. Er worden 4500 krijgers ter dood
gebracht. Het Saksenland wordt ingelijfd in het Frankische koninkrijk en de inwoners worden massaal bekeerd. Tevens worden zij onderworpen aan een regime van terreur door een veroveraar die elke poging tot onafhankelijkheid of heidendom gruwelijk afstraft.

Vanaf dat moment maakt heel Duitsland deel uit van het Frankische koninkrijk.

 

 

 

Ten oosten van het rijk van de Saksen en van Beieren, woonden Slaven en Avaren. Deze laatsten waren verwant aan de Hunnen. Karel de Grote voerde verscheidene campagnes tegen ze carte charlemagne
en dwong ze zich te bekeren tot het christendom.

In de op de Saksen en Avaren veroverde gebieden legde hij wegen en bruggen aan, bouwde er versterkingen en kerken, waaromheen zich steden ontwikkelden.

De overwinningen van Karel de Grote mondden uit in de vestiging van een groot Europees rijk dat een veel beter bestuursapparaat vergde dan het traditionele Frankische. Hij laat daarom in de plaats van het Frankische systeem een heel nieuw bestuurssysteem ontwerpen.

De veroveringen hebben verder tot gevolg een verdere verspreiding van het christendom en de toevoeging aan de schatkist van grote hoeveelheden veroverde rijkdommen en landerijen.

 

 

 

 

 

 

Paus Leo III wordt in 799 in Rome gevangengenomen door edelen die hem van immoreel handelen en het verkopen van heligdommen betichten. Zij willen een plaatsvervanger op de Heilige Stoel zetten. De paus weet echter te ontsnappen en vindt bescherming bij Karel de Grote. Deze brengt de paus onder escorte terug naar Rome.De paus pleit zich vrij van de beschuldigingen en legde een heilige eed af waarbij hij de straf van God over zich afriep als hij mocht liegen,

Als dank kroont Leo III op kerstmis van het jaar 800, Karel de Grote tot keizer van het westen.

Deze kroning bevestigt zijn grote macht die wordt ondersteund door de Heilige Stoel net als zijn ambities om de wereld te overheersen. De keizer ontleent zijn macht aan God.

Het bestuur van het rijk

Nu hij keizer is, gaat Karel de Grote zich bezig houden met het brengen van orde in zijn uitgestrekte rijk, met zijn 15 miljoen inwoners en vele etnische rassen en talen. Het bestuur van het uitgestrekte rijk werd als volgt geregeld.

De regering

De keizer had de door God gegeven macht. De regering zetelt in het paleis te Aix-la-Chappelle (het latere Aken in Duitsland). De regering bestond uit adviseurs (hoogwaardigheidsbekleders) en ministers (Serviteurs).De wil van de keizer werd door keizerlijke aktes, capitulaires, bekend gesteld. Het kon daarbij gaan om militaire, religieuze, economische of culturele kwesties. Hoewel hij erg autoritair was en zeer nauwgezet, wist Karel de Grote ook goed naar zijn raadgevers te luisteren.

Uittreksel uit twee "capitulaires"

  • " dat niemand het aandurft op welke manier dan ook de keizerlijke beslissingen te verstoren, noch te discussieren over diens handelen noch zaken uit te voeren die niet overeenkomen met zijn wil of bevelen."
  • Hij stelt de doodstraf in het vooruitzicht voor iedereen die tijdens het vasten vlees eet "uit minachting jegens het Christendom, behalve als er toestemming is verleend door een priester."

Lokaal bestuur

  • Karel de Grote liet zijn rijk uit zijn naam besturen door ongeveer 200 hertogen aan wie hij het plaatselijke bestuur toevertrouwde.Het waren dikwijls familieleden en deze vormen de oorsprong van een aristocratie waarvan de lijnen het uiteenvallen van zijn rijk overleven. De hertogen waren bestuurder, rechter, militair commandant en ontvanger van belastingen en boetes.
  • Les missi domici (of missi dominici) . Karel de Grote stelde een speciaal korps van inspecteurs in die waren belast met de bekendstelling en de uitvoering van de regeringsbesluiten. Zij werden missi domici genoemd ( gezonden door de heerser). Ze waren samengesteld uit een leek en een geestelijke, en controleerden op hun tochten de hertogdommen, de uitvoering van de regeringsbesluiten en recruteerden, indien nodig, manschappen voor het leger.

Het systeem van binding

Ondanks de nieuwe organisatie, bleef het moeilijk om de provincies in de gaten te houden. De Frankische maatschappij uit die tijd was gebaseerd op persoonlijke rapporten van trouw aan de koning. Karel de Grote stelde daarom de eed van trouw in. In het begin gold dat alleen voor crisistijd. Iedereen moest gehoorzaamheid zweren aan iemand die machtiger was dan hij en kreeg in ruil daarvoor bescherming. De zo gevormde keten van eden van trouw vormden een efficiënt instrument voor de regering. Elk koninklijk bevel werd door middel van die keten doorgegeven.

De beschermer was de heer en de beschermde de vazal. Om voor bescherming in aanmerking te komen moest de vazal werk verrichten op de velden van zijn heer of hem volgen als soldaat in de oorlog.
Dit systeem van bindingen hield echter ook ernstige gevaren in. Men was soms meer geneigd te gehoorzamen aan de directe heer dan aan de koning en het was niet altijd praktisch om tussen de heerser en zijn onderdanen vele schakels te plaatsen, die de macht van de aristocratie vergrootten. Een vazal was eerder geneigd zijn directe heer te volgen dan een verre koning te gehoorzamen. Uiteindelijk was dit feodale systeem van binding het begin van de daarop volgende feodale anarchie en het einde van het tijdperk van de Karolingers.

Formules van binding

  • Iedereen weet dat ik geen middelen heb om me te voeden of te kleden. Om die reden heb ik een beroep gedaan op uw goedheid om mij onder uw bescherming te stellen en mijzelf aan u te binden. Ik doe dit op de volgende voorwaarden: in ruil voor de diensten die ik u zal kunnen leveren, verleent u mij hulp op het gebied van voedsel en kleding. Ik, zolang als ik leef, moet u dienen en me aan u onderwerpen zoals een vrij man dat kan en ik zal mij, zonder uw toestemming, niet onttrekken aan uw autoriteit en uw bescherming
  • In een "capitulaire" uit Pavie uit 787 leest men:" Wij willen dat de vrije mannen van Lombardije zich binden aan wie zij willen, zoals men dat ook ten tijde van de Lombardijse koningen deed."
  • Een "capitulaire"uit 805 wijst op de plichten van de vazal tegenover zijn heer: "Dat niemand zijn heer verlaat, tenzij in het geval dat die heer hem wil doden, of hem stokslagen wil geven, of hem zijn erfenis wil ontnemen.

Dit herstel van de orde deed de handel met het oosten weer wat herleven, en droeg bij aan het ontstaan van enkele steden tussen de Loire en de Rijn.

De wetenschappers

De periode van de "luie' koningen werd onder meer gekenmerkt door een bijna volledig ontbreken van kennis van het Latijn. kKrel de Grote wilde:

  • een ontwikkelde clerus, die in staat was de heilige geschriften te lezen, die uit het latijn kon vertalen en die de werken van de Latijnse vaderen van de kerk kon begrijpen,
  • goede geïnstrueerde ambtenaren, want de officiële teksten werden nog steeds in het Latijn opgesteld,
  • een taalkundige en culturele basis om daarmee zijn volk te verenigen, dat etnisch zo gevarieerd was samengesteld als gevolg van de talrijke veroveringen .

Om zijn ambitieuze scholing's- en culturele politiek in gang te zetten, liet Karel de Grote uit het buitenland (Spanje, Italië of Engeland) beoefenaars van de wetenschap komen en bediende zich van het netwerk van kerken om hen over het land te verdelen:

  • De Engelsman Alcuin, baas van de school van het paleis in Aix-la-Chapelle, wordt zo aangesteld als minister van instructie. Deze Anglo Saksische wetenschapper was een sleutelfiguur in de culturele politiek van Karel de Grote,
  • Eginhard was met anderen belast met de constructie van keizerlijke gebouwen en liet een rijke getuigenis na van die tijd, geschreven tijden zijn leven in het klooster: "Het leven van Karel de Grote".
    Het is dank zij dit werk dat wij nu zo veel afweten van het leven van Kerel de Grote.

Een netwerk van scholen

Karel de Grote was verontwaardigd als hij van bepaalde monnikken brieven ontving "van een vulgaire stijl, vol fouten. Wij beginnen te vrezen dat als de kennis van het schrijven zo slecht is, de kennis van de heilge geschriften minder wordt dan hij zou moeten zijn; en wij weten allen dat, als de fouten in woorden gevaarlijk kunnen zijn, de fouten in de uitleg van de betekenis nog veel gevaarlijker zijn".

  • De "admonitio generalis"
    De capitulaire "admonitio generalis" schrijft voor dat in elk bisdom en elke abdij men onderricht moet geven in psalmen, gezangen, muzieknoten, grammatica, en de berekeningen voor het vaststellen van religieuze feesten.
    De bisschop van Orleans geeft zijn priesters de volgende instructies:"Priesters moeten scholen openen in de grotere en kleinere dorpen. Als een volgeling hun zijn kinderen wil sturen voor het volgen van een opleiding, mag hun nog de ontvangst noch de opleiding geweigerd worden. Zij mogen daarvoor geen enkele betaling vragen, tenzij hun dat spontaan en uit vriendschap wordt aangeboden".
  • De kerk als opvoeder
    De kerk wordt dus het instituut dat zorg draagt voor de opvoeding van het volk. Scholen worden opgericht in de buurt van kathedralen en kloosters. Er wordt een tiental scholen opgericht waar men zich kan bekwamen in het schrijven en in schoonschrift. Karel de Grote vestigt ook een school in zijn paleis in Aix-la-Chapelle.
    De kloosters met hun "scriptoria" (werkplaatsen waar monnikken manuscripten kopiëren) zorgen voor nauwkeurige kopieën van Latijnse schrijvers en heilige geschriften en stichten daarmee de eerste echte bibliotheken.
    Er zijn aldus in Frankrijk weer schrijvers die in staat zijn in correct en zelfs elegant latijn religieuze poëzie, geschiedkundige boeken en theologische werken te schrijven. Deze intellectuele wedergeboorte duurt voort in de negende en tiende eeuw.

Opleving van de kunst

De ambitieuze politiek van Karel de Grote leidt tot een opleving vande kunst. Deze opleving wordt aangeduid met de "Karolingse renaissance".

Er worden prachtig versierde kerken gebouwd zoals de kerk van Germigny-des-Près in de Loiret en de kapel Palettine in Aix-la-Chapelle. Ook de edelsmidkunst komt tot bloei.

Het "Karolingse" schrift

De hanenpoten van het merovingische geschrift worden vervangen door een veel sierlijker schrift. De Romeinse hoofdletters worden opneuw ingevoerd. Er ontstaan ware meesterwerken, versierd met prachtige tekeningen.

charlemagne lettrine charlemagne lettrine2 charlemagne reliure
Versierde hoofdletter B Letter D uit een manuscript van de VIIIe eeuw (sacramentaire de Gellone, BN Paris)

Boekband van een Karolings manuscript uitgevoerd in ivoor en metaal
en ingelegd met kostbare stenen
(bibliotheek van Saint-Gall in Zwitserland)

 

Lodewijk de Vrome (814 - 840 )

Karel de Grote sterft in 814 aan longontsteking en wordt begraven in de kapel van zijn paleis in Aix-la-Chapelle. Hij wordt al snel een legendarisch figuur. Zijn graftombe is nu te bezichtigen in de kathedraal van Aken.

Zijn derde zoon en enige erfgenaam, Lodewijk de Vrome (ook wel Louis-de-Debonnaire genoemd) wordt al tijdens het leven van zijn vader in 813 tot keizer benoemd. Hij volgt zijn vader in louislepieux
814 op 36 jarige leeftijd op. Hij laat zich in 816 door de paus inwijden. Hij volgt daarbij de traditie om de heilige religieuze inwijding te laten volgen op de wereldlijke troonsbestijging.

Om de eenheid en samenhang van het Karolingse keizerrijk te waarborgen kondigt Lodewijk de Vrome in 817 de "capitulaire" "Ordinatio Imperii" af Hij wil hiermee al tijdens zijn leven de opvolging regelen tussen zijn drie zonen die hij bij zijn eerste vrouw Ermengarde had:

  • Lotharius I, de oudste, wordt als keizer aangewezen en deelt met zijn vader de uitoefening van de macht.
  • Pepijn I, Ondergeschikt aan zijn broer Lotharius krijgt de Aquitaine,
  • Lodewijk de Duitser, ook ondergeschikt aan zijn oudste broer, ontvangt Beieren.

Ondanks deze maatregelen wordt de stabiliteit van het keizerrijk later toch door diverse factoren ondermijnd.

 De overgrootvader van Ermengard is ook de overgrootvader van Robert de Sterke, die de eerste van de dynastie der Robertingers wordt. Uit de Robertingers komen met Hugo Capet de dynastie van de Capetingers voort.

Het doel van de capitulaire "Ordinatio Imperii" uit 817 was de eenheid van het Karolingse keizerrijk te bewaren door Lotharius, de oudste zoon van Lodewijk de Vrome als opvolger naar voren te schuiven. Maar in 823 krijgt Lodewijk de vrome nog een vierde zoon, Karel de Kale, bij zijn ambitieuze vrouw Judith van Beieren. Judith weigert te aanvaarden dat haar zoon niet meedeelt en er onstaat daardoor een ruzie tussen Lodewijk de Vrome en zijn drie oudste zonen. Deze laatsten weigeren een nieuwe verdeling. Hieruit onstaan problemen die tien jaar zullen duren.

 

Wreedheid

Bernard, koning van Italië en neef van Lodewijk de Vrome, weigert zich neer te leggen bij de verdeling van het keizerrijk tussen de drie oudste zonen van Lodewijk. Hij poogt zich in 818 met geweld te verzetten, maar dat mislukt. Lodewijk de Vrome laat hem de beide ogen uitrukken, als gevolg waarvan Bernard komt te overlijden. Vanwege de verontwaardiging die daarover ontstaat, doet Lodewijk de Vrome enkele jaren later een publieke boetedoening.

Lodewijk de Vrome heft in 831 de capitulaire '"Ordinatio Imperii" op: zijn drie zonen verenigen zich en zetten met behulp van de aristocratie in 833 de koning af en sluiten hem op in een klooster in Soissons. Ook Judith van Beieren en haar zoon Karel de Kale worden in een klooster opgesloten.

Lotharius wordt zo keizer, hetgeen de jaloezie van de twee andere broers opwekt. Zij verenigen zich en verjagen Lotharius naar Italië. Hun vader, Lodewijk de Vrome, wordt in 835 weer in functie hersteld.

Behalve door de twisten rond de opvolging wordt het keizerrijk door nog twee factoren verzwakt.

  • de belangrijke heren binnen het koninkrijk zijn gefrustreerd door de autoriteit van de keizer, en hebben er alle belang bij de macht te laten versnipperen. Hun trouw kan niet meer worden gekocht met oorlogsbuit want de veroveringen zijn over. Dat luidt het begin van het feodale tijdperk in.
  • de invasies van de Noormannen brengen de Karolingse dynastie definitief aan het wankelen. De Vikingen vernietigen de vallei van de Seine in 820 en vallen in 835 de Bretonse kust en de monding van de Seine weer binnen.

 fontenay en puisaye

Het verdrag van Verdun en het uiteenvallen van het Frankische rijk

Pepijn I en Lodewijk de Vrome overlijden in respectievelijk 838 en 840. Lotharius probeert de erfenis tot zich te trekken en daaruit ontstaat een opvolgingsoorlog.

De twee broers Lodewijk de Duitser en Karel de Kale verenigen zich tegen Lotharius en stellen in Straatsburg een eed op, waarvan de tekst ook nu nog bekend is


 Manuscript uit de XVe eeuw,Grandes Chroniques de France, B

 

Gesteld tegeover dit pact tussen de twee koningen en na een verpletterende nederlaag bij Fontenoy-en-Puisaye (bij Auxerre), accepteert Lotharius de hem aangeboden onderhandelingen.Na een jaar van onderhandelen, wordt in 843 het verdrag van Verdun getekend. Hiermee wordt het rijk definitief verdeeld

 

De eed van Straatsburg (842)is de oudst bestaande tekst in het Frans.
Hij is ook zowel in het oud Duits en in het Romeins gesteld, zodat hij verstaanbaar is voor alle leiders in de oorlog.

Het bestaat uit een niet aanvals verdrag tussen twee koningen, teneinde de verdeling van het rijk veilig te stellen.

  • Karel de Kale erft het westelijke deel van het rijk dat West Frankrijk genoemd wordt. Hier is het Romeins de gangbare taal.
  • Lodewijk de Duitser erft het gebied ten oosten van de Rijn dat Oost frankrijk genoemd wordt. Hier is Duits de meest gangbare taal.

Het Latijn, het symbool van de keizerlijke eenheid (die nu is vernietigd), kan niet als taal voor de eed dienen. Daarom wordt hij zowel in het Romeins als in het Duits opgesteld.

charleslechauve louislegermanique
Karel de Kale Lodewijk de Duitser

De Taal

Aan het einde van de vijfde eeuw, dit is het eind van het west Romeinse rijk, verdwijnt het Latijn als voertaal. Vanaf het begin van de negende eeuw wordt het Latijn een "heilige" taal, die vooral door de schrijvers wordt beheerst. Het is de enige taal waarin kennis mag worden verspreid via het systeem van scholen, dat onder klerikale leiding staat. Hierdoor ontstaat rondom de Sorbonne later "le quartier Latin". Uit dit Latijn ontstaan twee Romeinse talen, die naast elkaar bestaan en een groot aantal dialecten kennen.

  • De taal "d'oïl"in het noorden (Picadi, Normandië, Champagne, enz). Dit is een regio met sterk Germaanse inslag en talrijke heersers vormen er het feodale stelsel.
  • De taal " d'oc" (of occitan) in het zuiden (Limousin, Auverge, Languedoc, Gascogne). De taal in deze regio, die lange tijd sterk onder Romeinse invloed heeft geleefd, lijkt sterk op het Latijn.

"Oil en Oc" komen overeen met de fonetische wijze waarop "Oui" wordt uitgesproken.

langues Het Romeins is een synthese van deze talen en gebruikt de meest voorkomende woorden uit de dialecten: het werd dus door het grootste deel van het volk begrepen, maar niet beheerst. Het ontstaan van de diverse dialecten werd versterkt door het feodale systeem dat van Frankrijk een legpuzzel van "heerlijkheden" maakte.
Het Latijn was niet langer een levende taal. De Kerk hield het in leven en de "Vulgate"de vertaling van de Bijbel in het Latijn door Saint Jérôme in het einde van de zesde eeuw, wordt, door middel van de clerus, de verbinding tussen alle Christenen in het westen. Hierdoor krijgt de clerus het monopolie op de heilige teksten in het Latijn. Het volk is niet meer in staat deze taal te begrijpen.

Het verdrag van Verdun (843)

partage verdun

(De verdeling van het rijk)

  • Karel de kale erft het westelijk deel dan West Frankrijk wordt genoemd.
  • Lodewijk de Duitser verkrijgt het gebied ten oosten van de Rijn en ten Noorden van de Alpen.
  • Lotharius ontvangt het langgerekte met Aix-la-Chapelle (Aken).

 

 

 

 

 

 

 

 

Het verdrag van Verdun markeert het einde van het rijk van Karel de Grote en de geboorte van het latere Frankrijk en Duitsland.

Op de ruïnes van dit onvoldoende gefundeerde rijk worden politieke machten (Frankrijk en Duitsland) economische machten (Vlaamse en italiaanse steden) en religieuze machten (de Kerk en het pausdom) gebouwd.

De Vikingen en het feodale Frankrijk van Karel de Kale (843-877)

Na de dood van zijn vader Lodewijk de Vrome in 840 en bij het verdrag van Verdun (843) erft Karel de Kale het gebied dat lijkt op het huidige Frankrijk m.u.v. de Provence, Francharleslechauve 1che Comte en Elzas Lotharingen. Hij wordt koning van West Frankrijk.

Hij dankt zijn naam niet aan kaalhoofdigheid, maar omdat hij bij een religieuze ceremonie als teken van onderwerping aan de Kerk, zich de schedel liet scheren. Dit als tegenstelling van de Frankische traditie dat de koning lang haar heeft.

Intelligent en gewend aan de politiek, krijgt hij een zeer moeilijke regeringsperiode als gevolg van de invallen van de Noormannen. Hij slaagt er niet in hen tegen te houden en moet in 845, 852, 856, en 861 de Noormannen betalen opdat zij zich terugtrekken. (Die kwamen desondanks steeds weer terug). Als gevolg hiervan verliest hij alle legitimiteit.

 

 

 

 

 

 

 

De Vikingen

Sinds het einde van de achtste eeuw voeren de Noormannen in hun beroemde "Drakkars" vanuit hun bases in Scandinavië plundertochten uit langs de Europese kusten. De Noormannen worden tot deze tochten verleid, ten einde ander en meer vruchtbaar grondgebied te veroveren. Hun eigen gebied is koud, bebost en bergachtig en weinig geschikt voor de landbouw.carte viking

De macht van het Karolingse Rijk dwong hen het keizerrijk te mijden en hun plundertochten beperkten zich tot de Schotse, Ierse en Engelse kusten. In het begin van de negende eeuw breiden zij hun plundertochten uit naar Duitsland en Nederland.

 

bayeux drakkar

Detail van het tapijt van Bayeux

 

De zwakte van West Frankrijk onder Karel de Kale zetten hen aan hun plundertochten vanaf de negende eeuw uit te breiden naar de kusten van de Noordzee, het Kanaal en de Atlantische kusten van het Karolingse koninkrijk:

  • in 843, vallen een honderdtal Drakkars Nantes aan en plunderen het. De bisschop van Nantes wordt tezamen met talloze gelovigen in de kathedraal gedood,
  • in 845 : meer dan honderd drakkars varen de Seine op en plunderen Parijs waarbij kerken en kloosters werden verbrand. Het ontredderde leger van Karel de Kale slaat op de vlucht. De vikingen verlaten de stad tegen een dwangsom van 700 pond zilver,
  • in 852 : een honderdtal drakkars installeert zich halverwege Rouen en Parijs aan de oevers van de Seine, Zij plunderen in Tours het heiligdom van Saint Martin, het meest polpulaire heiligdom in heel Frankrijk. Karel de kale, hoewel geholpen door zijn broer Lotharius, durft niet tussenbeide te komen,
  • in 856 : Parijs wordt opnieuw aangevallen, de Vikingen dreigen alles in brand te steken als er niet een fors bedrag aan geld wordt betaald. Karel de kale zwicht,
  • zij herhalen hun aanvallen in 858 en 861.

De aristocratie breidt zijn macht uit; ontstaan van het feodalisme

De heren van het koninkrijk profiteren van de moeilijkheden die door de Noormannen worden teweeggebracht door hun onafhankelijkheid te hernemen of nieuwe grondgebieden op te eisen:

  • Omdat hij had deelgeneomen aan de verdediging van Tours tegen de Noormannen in 853, geeft de koning in 864 Anjou aan Robert de Sterke. Hij wordt de voorvader van de Robbertingers, die weer aan de wieg van de dynastie van de Capetingers staan.
  • De graaf van Vlaanderen herneemt zijn onafhankelijkheid tegen 880, gevolgd door de hertog van Bourgondië.

Onmachtig om iets tegen die insubordinatie te doen, vaardigt Karel de Kale in 877, ter gelegenheid van de algemene vergadering in Quiercy-sur-Oise, een capitulaire uit waarin hij het principe van erfelijkheid van leengoederen bevestigt. Dat is een enorme overwinning voor de aristocratie. Voordien gaf de koning leengoederen aan zijn goede vazallen en ontnam ze aan hen die het niet verdienden.

Karel de Kale sterft in 877 nadat hij, op verzoek van de paus, had geprobeerd de Saracenen in zuid Italië tegen te houden.

Zijn dood verzwakt de macht van de Karolingse koningen nog eens extra. Zijn enig overlevende zoon, Lodewijk II de Stotteraar, volgt hem op. Maar geen enkele opvolger kan de steun van de grote heren verwerven zoals Karel de Grote dat in zijn tijd wel wist te bewerkstelligen. De heren profiteren hiervan door:

  • hun macht uit te breiden; vervaardiging van eigen geld, heffen van belastingen. rechtspraak,
  • de verdediging op zich te nemen waartoe de koning niet in staat was. Zij richtten legers op en stichtten kastelen.

Het einde van de negende eeuw wordt aldus gekenmerkt door de oprichting van grote vorstendommen: de macht van de koning vermindert en dat draagt bij tot de instelling van het feodalisme.

De kortstondige regeringen (vier koningen in 10 jaar)

  • Lodewijk de Stotteraar (877 – 879)

    Hij is een oon van Karel de Kale en neemt de kroon over van zijn vader bij diens dood in 877. Hij is ziekelijk, zwak en stottert. De aristrocatie profiteert van deze zwakte om het louislebegue
    koningsschap nieuwe concessies af te dwingen. Hij sterft tijens de voorbereidingen van een expeditie tegen de hertogen van Poitiers en Mans. Hij laat twee zonen na uit zijn eerste huwelijk, Lodewijk III en Carloman en zijn tweede vrouw is zanger van een zoon, de latere Karel de Simpele. Alle drie de zonen worden koning.

 

 

Lodewijk de Stotteraar na zijn kroning
(Grandes Chroniques de France, BN Paris)

 

 

  • Lodewijk III (879 – 882)
    Hij accepteert (wat zeldzaam is bij koningen) om de macht te delen met zijn broer Carloman. Hij bestuurt Neustrië en Austrasië en laat aan zijn broer Bourgondië. Aquitaine, en Septimanië (Narbonne, Carcasonne, Béziers enNîmes).
    Nadat hij de Vikingen een nederlaag heeft toegebracht sterft hij in 882 zonder nakomelingen en laat zijn rijk over aan zijn broer Carloman.
  • Carloman (879 – 884)
    Hij is jong en onervaren en laat het regeren over aan zijn raadgevers en aan de hertog van Parijs, Eudes, die een zoon is van Rbert de Sterke. Hij sterft op zijn beurt in 884 door een jachtongeluk zonder nakomelingen. Zijn halfbroet Karel de Simpele is nog geen 5 jaar oud en de heren van het rijk stellen voor de kroon te geven aan Karel de Dikke, die al koning van Duitsland en italië is. De laatste is de oom van de twee voorgaande koningen.
  • Charles-le-Gros (884 – 887)
    Dank zij de tostemming van de heren van het koninkrijk, regeert hij over een gebied dat bijna net zo groot is als zijn achtergrootvader, karel de Grote.
    Helaas is hij dik en epileptisch, en hij toont zich onwaardig voor het ambt:
    • Hij koopt de vikingen af met goud in plaats van hen het hoofd te bieden.
    • Hij berooft de OOstenrijkse edelen.
    • Hij laat zijn zus verbannen en een opstandige neef de ogen uitsteken.
    • Hij wordt op zijn beurt afgewezen door de Franse en Duitse edelen, die in zijn plaats Eudes, de hertog van Parijs, aanstellen. Hij wordt opgesloten in een abdij.

      Er zijn dus vier koningen in tien jaar!

 

De eerste niet Karolingse koning: Eudes (888 - 898)

Na de kortstondige en weinig vastberaden regeringen van Lodewijk de Stotteraar, Lodewijk II, Carloman en Karel de Dikke (afgezet in 887), was er behoefte aan een sterke man, die de heersende anarchie kon beteugelen. Eudes, Graaf van Parijs, Anjou en Touraine wordt op deze manier in 888 tot koning gekozen, waarbij de erfopvolging ter discussie wordt gesteld. Hij is de zoon van de vermaarde Robert de Sterke, die het koninkrijk in 853 tegen de Vikingen verdedigde.Laatst genoemde stamt af van de lijn van de Robertingers. Hij is de achtergrootvader van Hugo Capet die zijn naam zal geven aan de dynastie der Capettingers.

Eudis heeft zich al twee maal tegen de Vikingen bewezen :eudes paris

  • de eerste keer in 879,
  • vervolgens in 885 tegen 700 drakkars en 20000 Vikingen : het beleg zal een jaar duren waarna de belegeraars zich terugtrekken. Karel de Dikke geeft ze een losgeld waarna ze zich uit de stad terugtrekken.

Eudes sterft in 898 en Karel de Simpele wordt koning. De kroon keert terug naar de Karolingers. Dit werd bewerkstellid door enkele edelen die het niet eens waren met de manier waarop Lodewijk de Stotteraar was afgezet. De familie van de Robertingers blijven echter een flinke vinger in de pap houden.

 

 

Eudes verdedigt Parijs tegen de Noormannen
(naar Schnetz du XIXe, geëxposeerd in het kasteel van Versailles

 

Begin Capettingers

)

Karel de Simpele (898 – 923)

Hij wordt uiteindelijk toch koning, nadat hem de kroon twee keer eerder was geweigerd:

  • de eerste keer ten voordele van zijn oom Karel de Dikke in 884,
  • vervolgens in 888 met Eudes,

De toevoeging aan zijn naam "Simpele" duidt niet op dwaas maar op loyaal. Hij toont echter niet over opmerkingswaardige politieke eigenschappen te beschikken. Hij is onmachtig tegenover zijn feodale heren die zich, in hun kastelen verschansen en hem allerlei concessies afdwingen.

Het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte met de Vikingen

Hij toont echter wel over diplomatie te beschikken bij het oplossen van de problemen met de Noormannen bij het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte in 911 (de onderhandelingen zijn al door Eudes begonnen) :

De Noormannen onder leiding van Rollon hebben zeer vaste voet aan wal gevonden bj de Somme, de Seine en de Loire. Karel de Simpele en zijn bisschoppen hebben het goede idee om Rollon voor te stellen zich te vestigen in de bisdommen Rouen, Evreux en Lisieux. Het hertogdom van Normandië ontstaat en wordt dankzij de bezieling van zijn leiders een van de machtigste van Frankrijk.

Als voorwaarde van het verdrag laat Rollon zich dopen en trouwt met de dochter van Karel de Simpele. Zijn leidraad wordt zowel gevormd door Scandinavische als de Frankische beginselen.

 

De overname van de macht door de Robertingers

In 922 vormen de aristocraten geleid door de broer van Eudes, Robert I, een coalitie en wijzen Robert I aan als nieuwe koning en zetten Karel de Simpele af. De afgezette koning kiest voor de tegenaanval en gedurende de slag bij Soissons in 923 toont hij zich erg dapper.

Hugo de Grote

Het is een man, die belust is op macht en een zeer goed manipulator. Hij aast niet zo zeer op de troon zelf, maar geeft er de voorkeur aan iemand op de troon te zetten die hem goed gezind is. Hij wordt oom van Lodewijk IV door met een zus van diens moeder te trouwen.

Robert I wordt gedood, maar zijn zoon Hugo de Grote slaagt er in zijn soldaten opnieuw moed te geven en het leger van Karel de Simpele op zij te zetten.

De koning zoekt bescherming bij een van zijn vazallen en zijn tweede echtgenote vlucht met hun jonge zoon naar Engeland. Die zoon zal de toekomstige koning Lodewijk IV worden.

Raoul, de hertog van Bourgondië en schoonzoon van Robert I wordt in 923 tot koning gekozen.
Hij moet zich ondermeer verdedigen tegen de aanvallen van de Hongaren (926) en Noormannen (930) en heeft de zware taak zich te weer te stellen tegen de vazallen die de vrijheid nemen hun eigen munt slaan. Hj sterft in 936 zonder opvolger en zijn broer, Hugo de Grote, zet de zoon van Karel de Simpele, Lodewijk IV (van Overzee), die naar Engeland was gevlucht, op de troon.

Bij de dood van Lodewijk IV , laat Hugo de Grote de zoon van de koning, Lotharius, op de leeftijd van 13 jaar, de troon bestijgen. De koning staat onder voorgdij van Hugo de Grote die daarvan profiteert door zich de hertogdommen Aquitaine en Bourgondië toe te eigenen. Hij sterft in 986, vermoedelijk vergiftigd door zijn vrouw; zijn zoon Lodewijk V volgt hem op.

Lodewijk V sterft al na 15 maanden, door een jachtongeluk. Hij heeft geen opvolgere en de laatste Karolingse erfgenaam, zijn oom Karel, hertog van Basse Loraine, wordt door alle edelen afgewezen. De edelen geven de voorkeur aan Hugo Capet, zoon van Hugo de Grote. Hugo Capet laat zich vervolgens in 987 tot koning kronen, waarmee er een einde komt aan de Karolingse dynastie. De Capetingers zullen acht eeuwen aan de macht blijven.

Resumé van het Karolingse tijdperk

De Karolingers streven, net als de Romeinen, naar een centraal geleid rijk met een hechte eenheid. Zij nemen diverse maatregelen om dat te bevorderen:

  • invoering van uniforme maten en gewichten,
  • invoering van een nieuw zilvergeldstelsel, met ponden, schellingen en penningen,
  • invoering van één organisatievorm voor alle kroondomeinen; het tweedelig doemein, met een verdeling in "saalland" (de in eigen exploitatie gehouden vroonhoeve van de heer) en de "mansus" of "terra mansionara" (de aan een boerenfamilie verpachte hofstede os het hoevenland)

Er ontstaat een landelijk systeem van hiërarchische afhankelijkheid waarmee een band wordt geschapen tussen heerser en inwoner. Het begint met de keizer met daaronder een dertigtal machtige Frankische families. Daaronder komen de vazallen van de keizer, die een eed van trouw afleggen en vooral militaire diensten verlenen. Daarvoor ontvangen ze een "beneficium"; het tijdelijk gebruik van een stuk grond.

De macht van de keizer is nauw verbonden met die van de kerk. er onstaat een interdependentie, waarbij enerzijds de keizer de paus steun geeft:

  • bij diens strijd tegen de Arabieren en de Longobarden
  • bij de kerstening van de germaanse gebieden
  • bij de financiële ondersteuning van de kerk door de invoering van de "tiend", een belastingheffing van tien procent op de oogst en de vee productie ten behoeve van de kerk
  • door de herinstelling van aartsbisdommen
  • door de oprichting van scholen bij kathedralen en kloosters, die door de clerus geleid worden
  • door de herinvoering van de Benedictijnse principes voor kloosterordes

anderzijds de keizer van de paus en de kerk profiteert door;

  • zich legitimiteit te verschaffen door een kerkelijke inwijding
  • gebruik te maken van kerkelijke financiële midelen indien dat nodig was
  • gebruik te maken van de kerkelijke instellingen bij het bestuur van het land en de opleiding van zijn volk

Toch is dit alles niet voldoende op het heterogene rijk bijeen te houden. Het Latijn, wat een bindende factor had moeten worden, wordt enkel gebruikt door de kerk en de wetenschap. Het volk verstaat deze taal niet en maakt gebruik van het d'oil, het d'oc en het Duits.
Het getrapte afhankelijkheidssysteem leidt er toe dat de mensen meer trouw zijn aan hun directe heer dan aan hun koning of keizer. Ook loopt het doorgeven van"capitulares" via dit getrapte systeem over te veel schijven.
Na de veroveringen door Karel de Grote, komt er een eind aan de grote stroom geld en land als buit bij die veroveringen.Om trouw te kopen moeten de opvolgers van Karel de Grote steeds meer concessies doen aan hun vazallen en de hoge edelen. Zo wordt het "beneficium" erfelijk en verliest de koning steeds meer land. Het rijk valt langzaam uiteen in kleinere eenheden. Als eerste was daar het verdrag van Verdun, waarbij het grote rijk in drie delen werd gesplitst. Daaruit ontstaan Frankrijk en Duitsland. Maar ook daarna stelden de edelen zich steeds zelfstandiger op. De invallen van de Noormannen versnelden het proces van desintegratie, want de koning moest om trouw te verwerven steeds meer concessies doen. Voeg daarbij de snelle opvolging van koningen, die bovendien niet uitblonken in intelligentie en politiek vermogen, en het einde van de Karolingse dynastie komt in zicht. Waren het bij de Merovingers de Pepijnen die hun einde inluidden, bij de Karolingers zijn het de Robertingers die een eind maakten aan een dynastie.

De erfenis van de Karolingse periode bestaat ook uit de nalatenschap afkomstig ui de opbloei van de bouwkunst, de edelsmidkunst en de schrijfkunst.

 

bar1